J Dilla: het tijdperk (1992-2006)

February 7, 2011 12:36 pm

Vandaag is het precies vijf jaar geleden dat hiphoppionier J Dilla overleed aan de gevolgen van lupus. Sinds de dood van 2Pac en The Notorious B.I.G. wellicht het grootste verlies binnen de hiphopscene, en dus reden voor Hiphopleeft om terug te blikken op de fantastische carrière van de Detroitse topproducer.


Door Rob van den Aker, 10-2-‘11

Vandaag is het precies vijf jaar geleden dat hiphoppionier J Dilla overleed aan de gevolgen van lupus. Sinds de dood van 2Pac en The Notorious B.I.G. wellicht het grootste verlies binnen de hiphopscene, en dus reden voor Hiphopleeft om terug te blikken op de fantastische carrière van de Detroitse topproducer, geliefd door zowel underground- als mainstreamliefhebber.

Het begin: 1st Down, 5-Elementz en Slum Village

In 1992 wordt James Dewitt Yancey ontdekt door soul- en funkgrootheid Joseph Fiddler (beter bekend als Amp Fiddler), die een paar straten van Jay Dee vandaan woont. Aangezien Amp Fiddler onder de indruk is van het talent dat de jonge producer heeft, laat hij hem op zijn nieuwe Akai MPC werken. J Dilla leert snel en goed hoe met deze sample- en drumcomputer om te gaan, waardoor het Detroitse label Pay Day Records na het horen van zijn beats onder de indruk raakt en Jay Dee zijn eerste contract aanbiedt. Hier werkt hij, samen met zijn goede vriend Phat Kat, onder de naam 1st Down. Succes levert dit niet op, te meer omdat het platenlabel financiële problemen heeft waardoor er geen geld voor een officiële release wordt vrijgemaakt. Slechts één single brengen de heren uit: No Place to Go, in 1993. De beat op het nummer bestaat uit een rauwe sample en nadrukkelijk aanwezige drums. Succesvoller in deze periode is de kennismaking met Q-Tip, aan wie J Dilla door zijn mentor Amp Fiddler wordt voorgesteld.

Een project dat wel van de grond komt is 5-Elementz. Van deze formatie is J Dilla niet officieel lid, maar op het in 1995 gemaakte debuutalbum van de groep, The Album Time Forgot, zorgt hij wel voor een groot gedeelte van de productie. Het gezelschap (eveneens uit Detroit), dat diep in de underground muziek uitbrengt, bestaat uit buurtgenoten die eenzelfde passie voor hiphop delen; Thyme, Mudd en niemand minder dan, de op dat moment nog onbekende, Proof. 5-Elementz is in deze periode geliefd binnen de undergroundscene van Detroit, maar kan haar status niet verder uitbouwen. Met name doordat frontman Proof meer aandacht steekt in zijn andere groep D12. Een link tussen J Dilla en het bekendste lid van laatstgenoemde groep, Eminem, is er ook. Zo zijn beide heren in het begin van hun carrières in dezelfde clubs te vinden voor optredens. Bovendien kwam Eminem samen met Paul Rosenberg (toen nog rapper) met regelmaat langs bij J Dilla om samen beats te maken, wat helaas nooit tot een uitgebracht nummer heeft geleid.

 

Bekender dan 1st Down en 5-Elementz is Slum Village, dat in 1996 wordt opgericht door Baatin, T3 en uiteraard Dilla. Het begin dat de groep maakt is niet vlekkeloos, doordat er onenigheden – wederom financiële – zijn met het platenlabel A&M. Zodoende wordt het eerste wapenfeit van de heren pas in 2000 uitgebracht: Fantastic, Vol. 2, terwijl dit eigenlijk een vervolg moet zijn op Fan-Tas-Tic (Vol. 1) dat door de omstandigheden echter pas in 2005 wordt gereleasd. Toegegeven: beide platen worden door het grote publiek niet ontdekt, maar positieve ervaringen zijn er ook: zo werkt Slum Village met dank aan de contacten van J Dilla (Amp Fiddler en Q-Tip) samen met onder andere A Tribe Called Quest, Pete Rock en Busta Rhymes.

 

J Dilla neemt in 2000 echter afscheid van Slum Village, omdat hij aan andere uitdagingen toe is en creatief op een ander niveau zit dan de overige groepsleden (in het verloop zorgt hij nog wel voor enkele producties voor de groep). Hoewel een deel van de media denkt dat er frictie is tussen de heren, is dit volgens Jay Dee niet het geval: “It’s like, I don’t know why people always think it’s some type of friction. Like, I’ve done interviews before where they ask me if me and T3 weren’t getting along. It’s just not true… I look at it like everybody is a grown ass man and, shit, we all got different views and shit on where we wanna take shit,” geeft hij aan tegenover XXLMag.

In hetzelfde interview zegt hij een minder sterke band te hebben met Elzhi, die Dilla in 2000 als lid van de groep vervangt. Maar dit lijkt niet meer dan logisch, aangezien de twee elkaar relatief gezien nog niet lang kennen. Tien jaar later zijn er flink wat meningsverschillen tussen T3 en Elzhi, wat resulteert in het eind van Slum Village. Opvallend hieraan zijn de uitspraken van Elzhi (ook tegenover XXLMag), die tegenstrijdig aandoen in vergelijking met de woorden van Dilla: “Dilla left he was the glue and he was put in that leadership role in Slum Village. If Dilla was still around, if Baatin was still around, and I was brought into the fold I feel like the direction of Slum Village would not be going in the way it’s going [now].”

De opkomst: A Tribe Called Quest, Busta Rhymes, De La Soul en The Pharcyde

Hoe vermakelijk J Dilla voor 5-Elementz en Slum Village ook produceert, op topniveau presteert hij daar nog niet. Zijn oudere producties worden gekenmerkt door een eenvoudig, rauw geluid zonder al te veel variatie. Daar is weinig mis mee, maar dat maakt iemand nog niet tot één van de beste of meest onderscheidende artiesten van het genre. Jay Dee verwerft deze status wél na producties voor de grootste artiesten binnen de scene. Met dank aan Q-Tip, die het netwerk van Dilla vergroot.

Een mooi voorbeeld is de semiklassieker Labcabincalifornia, het tweede album van The Pharcyde, dat in 1995 verschijnt. Q-Tip introduceert J Dilla bij het vierkoppige gezelschap, die op dat moment al met het bewuste album bezig is en nog verlegen zit om topproducers. En hoe cliché het ook moge klinken, de groep is meteen verkocht als ze het soulvolle geluid van de producer hoort. Uit de samenwerking komt onder meer de legendarische single Drop voort, die een veel voller, melodieuzer en warmer geluid kent dan dat de luisteraar tot dan toe van Dilla gewend is. Runnin’ van dezelfde cd hoeft er weinig voor onder te doen. Het triomfantelijke geluid dat Jay Dee in samenwerking met The Pharcyde heeft gecreëerd is ook op de daaropvolgende projecten te horen. Zo is er het excellerende nummer Stakes Is High met De La Soul en werkt hij frequent samen met A Tribe Called Quest, waar onder meer het hitje 1nce Again uitrolt.

En aangezien de samenwerking met A Tribe Called Quest naar meer smaakt, richten Q-Tip, Ali Shaheed Muhammad en J Dilla het producerscollectief The Ummah op, dat de basis legt voor r&b-megahit Got Til It’s Gone van Janet Jackson. Want hoewel Dilla en Tip niet voor de productie van deze track verantwoordelijk zijn, is Janet Jackson wel geïnspireerd door het werk van The Ummah. Q-Tip over de track: “I believe she (Janet) was vacationing somewhere, and then they heard some beats me and Dilla had done together. From that I think that spurred on to them doing Got Til It’s Gone and then they called me to rhyme on it. So it sounded familiar like one of the joints me and Jay had done.” (Bron) Daarnaast staat het drietal voornamelijk bekend om het grote aantal mixen dat het verzorgt: zo worden nummers van Michael Jackson, Mint Condition en Jamiroquai in een moderner hiphopjasje gestoken.

Laat J Dilla in deze tijd voornamelijk zijn soulkant zien, soms keert hij weer terug naar de beats waarmee hij ooit begon. Eén samenwerking die weer ouderwets rauwe tracks oplevert is met Busta Rhymes, wiens gekke, schreeuwerige raps perfect op dergelijke producties aansluiten. Beide heren werken tot en met 2006 op elk album van Bussa Buss samen.

Het eind: Common, Madlib, solo en The Soulquarians

Jay Dee blijft zijn sound vernieuwen. In eerste instantie als hij samen met Q-Tip van The Ummah overstapt naar The Soulquarians, een groep die soul, hiphop en funk op zwoele manier vermengt en respect krijgt door onder meer LP’s van Common, D’Angelo, Erykah Badu en The Roots – allemaal rond de eeuwwisseling – te fabriceren. Een licht merkwaardige keuze, aangezien Dilla altijd de voorkeur heeft gegeven aan het solo (of in een kleine groep) werken. Hoewel de supergroep nooit in haar gehele formatie nummers heeft geproduceerd.

Op het moment dat The Soulquarians niet meer actief is – in 2002 is de groep nog deels verantwoordelijk voor Phrenology (The Roots) en Electric Circus (Common) – wordt er bij Dilla geconstateerd dat hij ernstig ziek is. De eerste drie jaar van zijn ziekte weten de doktoren nog niet wat James Yancey onder de leden heeft, pas in 2005 komen ze erachter dat het lupus is. Jay Dee zelf wil weinig over zijn ziekte kwijt en laat in meerdere interviews op een nonchalante manier weten dat het prima met hem gaat. Dat hij wel degelijk snel achteruit gaat is duidelijk, tijdens zijn laatste optredens zit hij zelfs in een rolstoel.

In zijn laatste periode is J Dilla nog wel productief: zo slaat hij met Stones Throws Madlib in 2003 een andere weg in dan die van de soul- en funkvolle hiphop. Samen maken ze onder de naam Jaylib het album Champion Sound, waar de ene helft door Dilla en de andere helft door Madlib wordt geproduceerd. De plaat is zoals gezegd minder door soul geïnspireerd maar meer door boombap, waardoor het beter aansluit bij het moderne Stones Throw. Harde, ongepolijste beats met krachtige stemsamples en stevige drumpartijen, leunend op organische klanken voeren de boventoom.

In 2005 keert Dilla echter weer terug als de beatmaker die hij rond het millennium was. Samen met Kanye West produceert hij het succeswerk van Common: Be. Deze plaat piekt op nummer 1 in zowel de Amerikaanse Billboard-chart (hiphop) als de Canadese Albums Chart. Mede door het commerciële succes van deze plaat komt de solocarrière van Jay Dee ook meer uit de verf, en toeval of niet: er worden in het jaar 2006 nog twee soloalbums gereleasd. Donuts is de eerste en deze instrumentale plaat staat vol van korte, hypnotiserende lekkernijen. De zowel luchtige als futuristische georiënteerde producties op de cd zijn gevarieerder dan het merendeel van Dilla’s werk, waardoor hij aantoont ook zonder rappers een sterke hiphopplaat te kunnen maken. Het tweede project is The Shining en dit album combineert vrijwel alle stijlen die Jay Dee in huis heeft.

Dat die laatstgenoemde plaat wordt uitgebracht maakt James Yancey overigens niet meer mee. Thuis overlijdt hij aan zijn slopende auto-immuunziekte en hij laat twee dochters achter. Drie dagen voor deze dramatische dag wordt nog wel Donuts uitgebracht (op zijn 32ste verjaardag). Tot het laatste moment heeft Jay Dee, zelfs in zijn ziekenhuisbed, aan de cd gewerkt.

Een nieuw begin: van Black Milk tot FS Green

Een groot verlies voor hiphop, ondanks dat er wel een grote erfenis is nagelaten. Zo zijn er nog onuitgebrachte nummers van Dilla te horen op onder meer albums van Slum Village, Raekwon, Illa J (het jongere broertje van Dilla rapt op Yancey Boys over onuitgebrachte beats van de legendarische producer) en Mos Def. Verder is er naast The Shining ook nog de soloplaat Jay $tay Paid gepubliceerd waarvan de inkomsten voor een groot deel uiteindelijk naar zijn moeder gaan.

En dan zijn er nog de odes gewijd aan Dilla. Zo brengt Busta Rhymes in 2007 de mixtape Dillagence uit die door middel van tekstuele verwijzingen geheel in het teken staat van zijn overleden vriend. Bovendien staat de tape vol van (on)bekende Dilla-beats. Maar ook op tracks van onder meer The Roots en SirOJ wordt J Dilla herdacht. Op Can’t Stop This opent Black Thought: “My man, JD, was a true hip hop artist. I can’t explain the influence that his mind and ear have had on my band, myself and the careers of so many other artists. The most humble, modest, worthy and gifted beatmaker I’ve known. And definitely the best producer on the mic.” Waarna Dilla’s Time: The Donut of the Heart klinkt.

De Nederlandse beatsmid SirOJ knutselt ter herdenking aan Jay Dee het instrumentale Ode to the Dawg in elkaar, dat qua samplekeus doet denken aan het latere werk van Dilla, maar te krachteloos is om ook maar enigszins in de buurt van een Jay Dee-productie te komen. Daarnaast zijn er nog tal van artiesten die in een krachtig statement de artiest gedenken. Zo rapt Akrobatik op Put Your Stamp on It: “If hiphop is dead then it happened the day that Dilla died.” En ook verwijzen de commerciële, jonge rappers Drake en J. Cole naar de legendarische producer op achtereenvolgens Show Me a Good Time en Knock Knock: “Imma spend another 10 thousand for Dilla.” (Drake) en “Sometime’s play the villain, sometimes play the hero//Sometimes I be Dilla, sometimes I be Preemo.” (J. Cole).

J Dilla is een groot voorbeeld voor diverse hedendaagse (top)producers gebleken – wat alleen maar onderstreept dat het hier om een groot artiest gaat. Zo is de stijl van stadsgenoot Black Milk (voornamelijk op zijn eerdere werk) te vergelijken met die van Dilla en is de grootheid uit Detroit ook nog eens een inspiratiebron voor bijvoorbeeld de Nederlander FS Green. En zo zijn er nog tal van andere opkomende of gevestigde beatbakkers te bedenken die hun succes (gaan) danken aan Jay Dee. Madlib in een zeldzaam interview over dit onderwerp (en het gebruik van FruityLoops): “I never use a computer. It’s too easy. It’s not easy to sound like Dilla, but you can make beats like Dilla with your computer, so that’s why everybody sounds like Dilla.” Of zoals er als krachtig statement op dit T-shirt valt te lezen: “If J Dilla was alive, 90% of producers today would be working at McDonald’s.” En daar is eigenlijk niets meer aan toe te voegen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *