http://www.hiphopleeft.nl/components/com_gk2_photoslide/images/thumbm/8294715jaarlogobanner.png
http://www.hiphopleeft.nl/components/com_gk2_photoslide/images/thumbm/322900bestartikelbanner.png
http://www.hiphopleeft.nl/components/com_gk2_photoslide/images/thumbm/867093bannerfotos.jpg
http://www.hiphopleeft.nl/components/com_gk2_photoslide/images/thumbm/521199Bannerbestgelezenallertijden.png
News Image

2007-2012: vijf jaar Hiphopleeft

...

News Image

2007-2012: Hiphopleefts beste stukken

...

News Image

2007-2012: Hiphopleefts beste foto's

...

News Image

2007-2012: Hiphopleefts best gelezen stukken

...

Overzicht op naam
Pete Rock en de intrige van vinyl

Door Niek van der Leer, 5-7-‘11

Niet zelden worden ze in één adem genoemd, de drie producers die de hiphop van de jaren negentig brandmerkten: DJ Premier, RZA en Pete Rock. Bij die eerste twee namen weet elke hiphopfanaat direct tal van klassiekers te noemen. Het complete oeuvre van Premiers Gang Starr is al genoeg voor een ereplek in de Hiphop Hall of Fame. Tel daar zijn dikke stempel op klassiekers als Illmatic (Nas), The Sun Rises in tha East (Jeru the Damaja) en Return of the Boom Bap (KRS-One) bij op en je hebt zijn status al voldoende onderbouwd. Voor RZA geldt dat elke van de zeven Wu-Tang-platen die tussen 1993 en 1997 verschenen vrijwel volledig door hem is geproduceerd en stuk voor stuk het klassiekerpredicaat op haar conto kreeg. Daar tegen afgezet springen de prestaties van Pete Rock er minder uit. In eerste instantie schieten alleen de succesvolle samenwerking met C.L. Smooth, de productie van Nas’ legendarische The World Is Yours en zijn talloze remixen te binnen. Toch valt het niet te ontkennen dat Pete Rock een onuitwisbare invloed heeft gehad en heeft op de hiphop van vandaag de dag.

Het is 1987 als de 17-jarige Pete Rock, geboren als Peter Phillips, zich voor het eerst aan het hiphoppubliek laat horen. Niet als producer maar als DJ, tijdens de radioshow van de welbekende Marley Marl. Met zijn ijver weet Pete Rock zich meteen al van andere DJ’s te onderscheiden. Waar de meesten zo om de drie, vier tracks uitpakken door met dubbele LP’s en scratchwerk een eigen draai aan de muziek te geven, doet de tiener dit met elk nummer dat hij afspeelt.

Op dat moment woont de in The Bronx geboren Rock al zo’n tien jaar in Mount Vernon te New York. Op de middelbare school ontmoet hij Corey Penn, beter bekend als C.L. Smooth. De twee raken bevriend en vinden een gedeelde hobby in de muziek: Pete voornamelijk als beatbakker en C.L. als rapper. De beats van Pete worden al van meet af aan gekenmerkt door de grote hoeveelheid samples. Dit heeft alles te maken met het feit dat zijn vader als parttime DJ over een imposante LP-collectie beschikt. Met een bijbaan als krantenjongen verdient Pete de centen bij elkaar om ook zelf platen aan de collectie toe te voegen. Het is zijn favoriete hobby om tussen oude platen te snuffelen, op zoek naar goede kicks en snares, een sterke loop of gewoon een origineel geluid. De uitdaging is om geluiden te vinden die verder niemand meer heeft. In een interview in 2008 met Hiphop Connection Magazine verklaart hij zo ontzettend veel uren tussen de oude platen te vertoeven, dat hij een mondmasker en handschoenen draagt om zich tegen het stof en de bacillen te beschermen. Hij is namelijk al eens letterlijk ziek geworden van het ‘diggen’ (zoals ze samples zoeken overzees noemen): “Die stof kruipt je neus en ogen in… That’s fucked-up”.

De eerste sporen van zijn productieambities zijn te horen op Big Time (1989), de debuutplaat van neefje Heavy D, waar Pete bij vier tracks als co-producer staat aangestipt. Ook fabriceert hij een demo voor A Tribe Called Quest waar later het nummer Jazz (We’ve Got) uit zal voortkomen (op The Low End Theory uit 1991). Het is echter vooral het inslaande succes van zijn remix van het Public Enemy-nummer Shut ‘Em Down en zijn populariteit als radio-DJ dat de muziek van hem en C.L. Smooth onder de aandacht van platenmaatschappij Elektra brengt. In 1991 verschijnt zodoende het inmiddels (voor een EP) beroemde All Souled Out. Het hitje The Creator doet het goed maar vooral het nummer Mecca and the Soul Brother blijkt later niet alleen in naam een voorbode voor wat nog zal komen. De wegebbende blazers die het werk van Pete Rock zo sterk kenmerken zijn al hoorbaar en dit geldt ook voor de ongekende gelaagdheid die Rocks producties onderscheiden van die van anderen. De vijf verschillende samples die het nummer rijk is worden geknipt, gerekt, komen vol invallen of vallen op doordat Pete ze plotseling weer weglaat. Op de EP zijn ook al twee samples van zijn grote held James Brown te horen, de man die volgens Rock in zijn eentje verantwoordelijk is voor het ontstaan van hiphop: “Hij creëerde boombap. Hij maakte dat. Ik heb een dvd waarop hij uitlegt hoe hij een drumbeat maakt. Een geweldige dvd, Soul Survivor heet ie” (opnieuw Hiphop Connection Magazine). Met al deze facetten is All Souled Out het perfecte voorproefje van wat de hiphopwereld een jaar later versteld zal doen staan.

Op 9 juni 1992 verschijnt de officiële debuutplaat van Pete Rock & C.L. Smooth, Mecca and the Soul Brother: een hiphopklassieker in de meest complete zin van het woord. Op de bijna tachtig minuten durende plaat wordt de ene overdonderende productie na de andere de ruimte in geslingerd. In totaal vliegen er meer dan zestig samples om je oren, variërend van het standaardrepertoire (James Brown, George Clinton, Kool & The Gang) tot originele samples van compleet onbekende en obscure artiesten, opgeduikeld tijdens het diggen. Het fanatisme voor het produceren en samplen blijkt onder meer uit het feit dat vrijwel elke track met een muzikaal intermezzo begint of eindigt, voor of na de eigenlijke beat waarop wordt gerapt. Soms slaat de beat zelfs tijdens het nummer zelf helemaal om, waarna het originele geluid na vier of acht bars weer terugkeert. Zelf ziet hij die muzikale stukjes vooral als de ‘sprinkles on a cake’, zoals hij in 2008 uitlegt in Prefix Magazine. Anderen vatten het vaak op als een uitdagend statement richting andere hiphopproducers, zo van: ‘Nu jullie weer’. Het aan de overleden danser en vriend “Trouble” T-Roy opgedragen nummer They Reminisce Over You (T.R.O.Y.) groeit uit tot een waar anthem en zal door de grote gevoelswaarde altijd de belangrijkste track uit Petes carrière blijven.

Mecca and the Soul Brother kan worden gezien als de grote tegenhanger van de datzelfde jaar verschenen The Chronic van Dr. Dre. Waar laatste een introductie is van een nieuwe stijl, de G-Funk, is Mecca… met haar samplegebruik een optimalisatie van de geijkte Golden Age. En waar The Chronic een gigantisch commercieel succes is, geniet Mecca… vooral mateloze populariteit onder collega-hiphoppers. Tenslotte is The Chronic het toonbeeld van de recht-voor-je-raap gangsterrap terwijl C.L. Smooth zich profileert met intelligente filosofische veelrijm.

Ondanks de grote erkenning en vele lovende woorden van critici is de waardering voor Mecca and the Soul Brother geenszins in de verkoopcijfers terug te zien. Dit weerhoudt andere artiesten er echter niet van om sterk te hengelen naar de verdiensten van de samplekunstenaar. Pete Rock werkt in de periode die volgt aan nieuwe tracks met artiesten als Run-DMC (de grote hit Down With the King), Nas (The World Is Yours), Main Source (Vamos a Rapiar) en is - net als bij Jazz (We’ve Got) - verantwoordelijk voor de beat van Juicy, de gigantische hit van The Notorious B.I.G. Ook gaat hij verder met het maken van remixen voor artiesten als Naughty by Nature (Hip Hop Hooray), House of Pain (Jump Around) en Jeru the Damaja (Can’t Stop the Prophet). Deze remixen zijn minstens zo populair als zijn producties.

In 1994 verschijnt de tweede plaat van Pete Rock & C.L. Smooth: het zesenzestig samples tellende The Main Ingredient. Het vergaat dit album precies hetzelfde als zijn voorganger: grote waardering alom, maar in commerciële zin kan het geen potten breken. Rock en Smooth besluiten even als duo te stoppen om elk zijn eigen weg te gaan. Pete Rock steekt nog altijd in de vorm van zijn leven en met broertje Grap Luva, diens vrienden Rob-O, Marco Polo (niet te verwarren met de producer), DJ Boodakhan en I Love HIM staat voor 1995 alweer de derde klassieker op de planning: als InI (spreekt uit ‘ai en ai’) maken ze het album The Life I Live (later Center of Attention genoemd).

Met meer nadruk op de soul en wat minder op de gelaagdheid in de producties en de prettig in het gehoor liggende laidback rapstijl van de InI-rappers ontstaat één van de soulvolste hiphopplaten die de geschiedenis rijk is. De plaat is echter slachtoffer van een soap die zich op dat moment bij Elektra afspeelt. Na vele wisselingen van de wacht bij de platenmaatschappij is het de nieuwe directrice Sylvia Rhome die niet beseft dat ze goud in handen heeft, waardoor slechts de single Fakin’ Jax wordt uitgebracht. Het album wordt door Elektra zelf gelekt naar het internet en er ontstaat - dankzij het succes van Fakin’ Jax - een heuse klopjacht om de volledige plaat in bezit te krijgen. Volgens Pete Rock zijn overigens geen van de op het internet circulerende versies correct. “Alle intermezzo’s die ik erin had gestopt ontbreken - zo ook een aantal complete tracks - en van de tracks die er wel op staan kloppen sommige gewoon niet. Daarbij is de kwaliteit van het geluid matig.” Ook het door Rock geproduceerde album van de onbekende DeDa wordt niet aan het grote publiek gegund. Het is een teken aan de wand dat Pete, wil hij ooit nog een plaat uitgebracht krijgen, aan de slag moet met artiesten die een grotere commerciële waarde hebben.

Hoewel dat voor Lost Boyz niet zozeer geldt, is de samenwerking met hen een stap in de goede richting aangezien de track The Yearn op de compilatieplaat America Is Dying Slowly (afgekort AIDS) terechtkomt met onder anderen Wu-Tang Clan, De La Soul en Coolio. Kort daarna vertrekt de producer bij Elektra Records om bij Loud te tekenen. Er lijkt sprake te zijn van wrok tegenover zijn oude werkgever als Rock er met zijn eerste echte soloplaat Soul Survivor (naar de dvd van zijn grote held James Brown) alles aan lijkt te doen om deze wel commercieel aantrekkelijk te maken. Met een pikante foto van een mooie donkere schone op de voorkant en een imposante gastenlijst (met onder meer Wu-Tang Clan, Big Punisher en Kool G Rap) op de achterkant zijn alle randvoorwaarden aanwezig om te scoren op de hitlijsten en zo Elektra een hak te zetten. Dat lukt echter maar ten dele: Soul Survivor doet het aardig, maar is te grillig om een doorslaand succes te worden. Energieke tracks als Tha Game (met Ghostface Killah, Raekwon en Prodigy) en Tru Master bepalen de eerste helft van de plaat waarna het geluid wordt overgenomen door uiterst laidback tracks als Take Your Time (met soulduo Loose Ends), wat voor een onsamenhangend geheel zorgt. Niettemin is Soul Survivor voor de liefhebbers, die door de decepties rondom InI en DeDa niet doorhadden dat Rock wel degelijk nog actief was, een positief teken van leven.

Het huwelijk met Loud blijkt er echter ook geen van het vruchtbare soort. Na Soul Survivor vertrekt Rock om onder Rapster/BBE zijn eigen label Soul Brother te starten. De instrumentale platen PeteStrumentals en The Surviving Elements, de verzamelaar Underground Classics en het studioalbum Soul Survivor II verschijnen allen onder Rapster/BBE, in de periode van 2001 tot 2007. Relevanter dan dat is dat het label in 2003 alsnog de platen van InI en DeDa gezamenlijk uitbrengt onder de toepasselijke noemer Hiphop Underground Soul Classics.

De Rapster/BBE-periode lijkt er een te zijn waarin Pete Rock vrede krijgt met het feit dat hij in commerciële zin nooit de erkenning zal krijgen voor wat hij in muzikale zin wel verdient. Hij zoekt opnieuw de onbekendere talentvolle artiesten uit om hen te helpen hun weg te vinden op het hiphopplatform. Zo verschijnt in 2003 het zeer verdienstelijke door Rock geproduceerde Un Or U Out van het onbekende The U.N. en een jaar later My Own Worst Enemy, een plaat met Edo G/Ed O.G.: een rapper die begin jaren negentig bescheiden bekendheid vergaarde met zijn groep Da Bulldogs.

Het grote publiek komt Pete Rock dan alleen nog tegen in de boekjes van Wu-Tangmannen als Ghostface Killah, Inspectah Deck, Raekwon en Masta Killa. Verder zijn er in die periode producties voor onder andere het undergroundsucces Non Phixion, Rob-O’s sterke soloplaat Rhyme Pro en Cormega. Er treden echter ook scheuren op in de relatie tussen Rock en BBE, niet in de laatste plaats omdat het label volgens Pete veel van zijn materiaal naar het internet lekt. In 2008 vertrekt hij naar Nature Sounds en brengt, zoals hij elke nieuwe deal start met een gooi naar commercieel succes, weer een plaat uit met een flinke gastenlijst. NY’s Finest kan echter worden gezien als de zwakste plaat tot dusverre van de hand van Pete Rock en zal de jongere hiphopluisteraars merendeels niet hebben bereikt.

Toch heeft die nieuwe generatie liefhebbers meer van Pete Rock gehoord dan ze zelf zullen doorhebben. Zijn samples zijn namelijk nog altijd zeer gewild en veel van de producers die het stokje van de ‘oude garde’ hebben overgenomen, gebruiken de samples van Pete Rock als het ware weer derdehands. De fakkeldrager van de nieuwe garde, Kanye West, geeft in Scratch Magazine zelfs openlijk toe dat hij de drums van een Pete Rock-instrumentatie direct overneemt als ze beschikbaar zijn. Rock is hier niet zo enthousiast over: “Ik hoor mijn drums inderdaad regelmatig letterlijk terug in producties van anderen. Dat is pure luiheid. Die producers houden kennelijk niet zo van muziek als ik, als je niet eens de moeite neemt zelf op zoek te gaan naar vette samples. Nu doen wij al het zware werk waarna de anderen de samples gewoon inpikken. Ik respecteer de gasten die wel met hun eigen geluid komen, zoals Dilla. Hij was een meester in het vinden van vette kicks en snares. Hij produceerde zijn beats ook zo dat mensen de verschillende elementen er niet zo uit kunnen halen, een heel goed idee naar mijn mening.” (Hiphop Connection Magazine)

Het is geen toeval dat de werkwijze van J Dilla overeenkomt met die van Pete Rock. Volgens de moeder van de overleden topproducer was de Soul Brother zijn belangrijkste voorbeeld, een grote eer in de ogen van Rock. Het is dan ook redelijk vanzelfsprekend dat deze het productieproces rondom het postume Jay $tay Paid op zich neemt. Minder logisch is het gegeven dat hij ook de door hemzelf veroordeelde sampledief Kanye West helpt met zijn afgelopen jaar verschenen succesalbum My Beautiful Dark Twisted Fantasy. Kennelijk kan Rock los van zijn frustratie over de luiheid van hedendaagse producers ook waarderen dat zijn samples nog steeds van waarde zijn voor de hiphop van nu.

Zo blijft Pete Rock, ruim twintig jaar na zijn eerste stapjes binnen de muziekindustrie, een bezige bij. De nabije toekomst belooft bovendien een rivaliserende plaat tussen hem en die andere grootheid van weleer: DJ Premier. Daarnaast komt er, ruim vijftien jaar na hun scheiding, een derde én vierde album van Pete Rock & C.L. Smooth aan. Het is afwachten in hoeverre het aankomende materiaal van de pionier zijn naam nog goed gaat doen. Zijn beste uitgebrachte werk sinds de eeuwwisseling betreft in de eerste plaats niet eerder uitgebracht materiaal uit de periode midden jaren negentig en in de tweede plaats zijn instrumentale platen. Zijn bijdrages aan bijvoorbeeld Ghostface’ Fishscale zijn goed, maar niet automatisch beter dan andere producties op die plaat. Het meest hoopgevend is het materiaal dat hij maakte volgens zijn aloude filosofie: beats voor minder bekende rappers als die van The U.N. en Edo G, die trouw zijn aan de periode die Pete Rock het best gezind was, begin jaren negentig. Op die manier kan Pete Rock namelijk zelf ook doen wat hij het best kan en wat hem onderscheidt van alle anderen: samplen.

En zo zijn we weer waar we begonnen: de vraag waarom Pete Rock behoort tot de allergrootsten die onze hiphopgeschiedenis rijk is. Het antwoord ligt in zijn onbegrensde fanatisme voor het vinden en gebruiken van obscure en voor anderen onvindbare samples. Nooit voerde hij langere tijd de hitlijsten aan, nooit verkocht hij bijster veel platen en nooit vulde hij in zijn eentje grote concertzalen, maar vanaf het moment dat hij stevige blazers onder de vocalen van Chuck D en Flavor Flav zette voor de Shut ‘Em Down Remix kreeg het begrip samplen een nieuwe dimensie. Sindsdien heeft hij keer op keer bewezen de kunst van het samplen als niemand anders tot in zijn teennagels te beheersen. Veelzeggend is dan ook zijn antwoord op de vraag wat hem voortdrijft in hiphopmuziek (Prefix Magazine): “Ik heb vinyl altijd intrigerend gevonden. Een zwart stuk wax dat ronddraait op een draaitafel en niets dan goed geluid produceert. Die inspiratie houdt mij draaiende in de hiphop.” Daar voegt hij aan toe dat hij “wil worden herinnerd als iemand die niet slechts legendarisch maar ook intelligent en creatief met muziek was”. Het is aan ons om daar gehoor aan te geven; het is het minste dat we kunnen doen.

 

Reacties

 
+11 #1 tim 05-07-2011 08:13
Echt heel dope artikel! En inderdaad.. het is de laatste jaren allemaal wat minder, helaas. De producties op het album met Smif-N-Wessun zijn ook erg saai
Citeer
 
 
+11 #2 MarcOne 05-07-2011 11:00
ook niet te vergeten, de Camp Lo & Pete Rock – 80 Blocks From Tiffany’s Mixtape, het opwarmertje voor de nieuwe Camp Lo release. http://smokingsection.uproxx.com/TSS/2011/03/download-camp-lo-and-pete-rock-80-blocks-from-tiffanys-mixtape

thx voor dit artikel.
Citeer
 
 
+11 #3 Freedom 05-07-2011 12:21
Dope artikel dit erg intersant ook heel veel dingen wist ik niet. Tja inderdaad Pete Rock is gewoon geniaal, tweede album van Pete Rock & CL Smooth luister ik nog regelmatig in de zomer.
Citeer
 
 
+7 #4 mj 05-07-2011 15:56
Pete Rock back in the days: _O_
Pete Rock tegenwoordig: ;-(
Citeer
 
 
+9 #5 Tonny vd Berg 06-07-2011 08:11
Heel nice artikel, maarreh...zoeken naar platen heet hier ook cratediggen aan deze kant van de oceaan, alleen doet bijna niemand t hier meer. Das zonde, diggen is toch wel de basis
Citeer
 
 
+5 #6 blokbeatz 08-07-2011 10:00
Leuk artikel. ik heb overigens het orignele album van INI... dan ben ik benieuwd wat ik in handen heb!
Citeer
 

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen